Programma referaten 25 maart 2026
Referaat 1: Group Treatment for ADHD in Older Adults: A Mixed-Methods Evaluation of Feasibility,
Acceptability, and Preliminary Outcomes door Anne van den Kieboom werkzaam als GIOS bij GGz
Breburg Eindreferaat.
Doel. Ouderen met ADHD vormen een groeiende, maar in de geestelijke gezondheidszorg nog
onvoldoende bediende doelgroep. Dit mixed-methods onderzoek evalueerde de haalbaarheid,
acceptatie en voorlopige uitkomsten van een op maat gemaakte groepstherapie voor ouderen met
ADHD.
Methode. Veertien deelnemers (8 mannen, 6 vrouwen; gemiddelde leeftijd = 66,6 jaar) met een ADHD-
classificatie namen deel aan een gesloten groep van 17 sessies, waarin groepstherapie en beeldende
therapie werden gecombineerd, bij topklinisch expertisecentrum PersonaCura, GGz Breburg.
Haalbaarheid en aanvaardbaarheid werden beoordeeld op basis van aanwezigheid bij de sessies,
ontbrekende data op vragenlijsten, interventietrouw en sessie-evaluaties. Kwantitatieve uitkomstmaten
(Remoralization Scale, Mental Health Quality of Life, enkelvoudige itemmaat voor psychisch
welbevinden) werden gemeten vóór, tijdens en na de behandeling, inclusief berekening van Reliable
Change Indices. Kwalitatieve gegevens uit focusgroepen werden geanalyseerd met behulp van
thematische analyse.
Resultaten. De opkomst was hoog, ontbrekende data waren minimaal en de interventie werd
uitgevoerd volgens vooraf vastgestelde thema’s, wat wijst op goede haalbaarheid. Tevredenheidsscores
duidden op over het algemeen goede acceptatie, met variatie tussen de groepen. Er werden statistisch
significante pre-post verbeteringen gevonden in remoralisatie en kwaliteit van leven, maar niet in
psychisch welbevinden; individuele Reliable Change Indices lieten overwegend stabiele scores zien, met
bij een deel van de deelnemers significante verbeteringen en bij enkelen verslechteringen. De
thematische analyse resulteerde in zes thema’s, waaronder acceptatie, zelfinzicht, herkenning door
lotgenoten, levend verlies en contextuele bevorderende en belemmerende factoren.
Conclusies. De bevindingen leveren eerste aanwijzingen dat een op maat gemaakte groepstherapie
voor ouderen met ADHD haalbaar is en klinisch veelbelovend, met name wat betreft het bevorderen
van remoralisatie en kwaliteit van leven. Grotere gecontroleerde studies met leeftijdsspecifieke
uitkomstmaten zijn nodig om de effectiviteit te bevestigen en te verduidelijken voor wie deze
interventie het meest geschikt is.
Referaat 2: Werkbevlogenheid in een veranderende GGZ door Eileen Staring werkzaam als GIOS bij GGz
Breburg. Eindreferaat.
De Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) staat onder druk. De visie op gezondheid verandert en de
manier waarop de huidige GGZ is ingedeeld vraagt om verandering. De zorgvraag neemt toe gezien de
groeiende bevolking, de vergrijzing, een hogere welvaart en een veranderende maatschappij. Om
hierop in te spelen is er door vele instellingen een handtekening gezet onder het Integraal
Zorgakkoord. Om de GGZ toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig en betaalbaar te houden, is binnen
GGz Breburg gekozen voor een herinrichting van de zorg waarbij de eerstelijnszorg en het sociale
domein worden versterkt en zorg dichter bij de wijk wordt georganiseerd. De eerste resultaten zijn
veelbelovend en creëren een betere zorg voor de cliënt, maar wat betekent deze verandering voor de
zorgprofessional?
Werken in de GGZ kan veeleisend, uitdagend en emotioneel belastend zijn, wat zich ook uit in het
relatief hoge ziekteverzuim in deze sector. De zorgprofessional werkt voornamelijk in een veld met een
eenrichtingsrelatie waarin de zorgverlener zorgt en de cliënt ontvangt. Het opzetten en onderhouden
van deze eenrichtingsrelaties kost veel moeite en energie. Het is dan ook een kunst om goed voor
jezelf te blijven zorgen in een werkomgeving waarin je constant staat afgestemd op het welzijn van de
ander. Niet voor niets komen depressie, angst, stress -en traumaklachten vaak voor onder
hulpverleners en is er ook sprake van een verhoogd risico op het ontwikkelen van secundaire
traumaklachten.
Eerder onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van werkbevlogenheid samenhangt met hogere
werktevredenheid, betere werkprestaties en zorgkwaliteit, lagere niveaus van stress en een
verminderde intentie om de organisatie te verlaten. In een werkveld waarin het ziekteverzuim en het
verloop onder zorgprofessionals hoog is, is de werkbevlogenheid belangrijker dan ooit tevoren.
In deze studie is onderzocht hoe veranderingen in de organisatie samenhangen met de
werkbevlogenheid en werkbeleving van zorgprofessionals. Hiervoor is prospectief longitudinaal
onderzoeksdesign verricht. Zorgprofessionals werkzaam in Mentale Gezondheidscentra, Expertise
Centra of beide werden gedurende drie jaar op meerdere meetmomenten gevolgd. Werkbevlogenheid
werd gemeten met de Utrechtse Bevlogenheid Schaal (UBES) en werkbeleving met de Groninger
Werkbeleving Lijst (GWL). Met deze studie wordt beoogd bij te dragen aan het wetenschappelijke debat
over werk en welzijn in veranderende zorgorganisaties.
Referaat 3: Wijk- en vraaggerichte GGZ en de veranderingen in zorgvraagzwaarte door Susan de Booij
werkzaam als GIOS bij GGz Breburg. Eindreferaat
De Nederlandse GGZ staat onder toenemende druk door een stijgende zorgvraag en schaarste aan
personeel en middelen. Hierdoor krijgen mensen met een (hoog-)complexe zorgvraag niet altijd tijdig
of passende zorg. In reactie op deze uitdaging heeft GGzBreburg de Mentale Gezondheidscentra
ontwikkeld, gericht op wijk- en vraaggerichte, herstelgerichte zorg.
Dit referaat presenteert een kwantitatief onderzoek naar de cliëntenpopulatie die binnen de
Expertisecentra (SGGZ) zorg ontvangt na de implementatie van deze nieuwe GGZ-aanpak. In dit
onderzoek is de cliëntenpopulatie van de Mentale Gezondheidscentra en de Expertisecentra direct na
invoering van de wijk- en vraaggerichte GGZ-aanpak met elkaar vergeleken. Een jaar later is
onderzocht hoe de zorgvraagzwaarte binnen elk van de centra afzonderlijk is veranderd. Het doel was
inzicht te krijgen in de kenmerken van de cliëntenpopulatie in Expertisecentra, de verandering van
zorgvraagzwaarte over tijd, en de verschillen met cliënten die zorg ontvangen binnen de Mentale
Gezondheidscentra.
In het referaat zullen de resultaten van dit onderzoek gedeeld worden, gevolgd door een reflectie op
de implicaties voor de organisatie van specialistische GGZ. Centraal staat daarbij de vraag: “Wat leren
verschillen in zorgvraagzwaarte ons over de organisatie van specialistische GGZ?” en “Wat zeggen deze
verschillen over hoe wij zorg organiseren – en wat nemen we mee naar de nieuwe inrichting?”
Het programma
17.55 uur Opening door voorzitter
18.00 -20.00 uur Referaten
20.05 uur Afsluiting door voorzitter
Over GGZ Breburg
Meer weten over GGZ Breburg?
Klik hier voor meer informatie.