Terug naar overzicht

Referaat Breburg Academie GGz Breburg Juni 2022

Organisator:
  • 15 juni 2022
  • Online, ,
  • Gratis
  • 17:55 - 20:05 uur
  • is aangevraagd

Allergologie, Anesthesiologie, Apotheek, Cardiologie, Chirurgie, Dermatologie, Fertiliteit, Genetica, Geriatrie, Gynaecologie, Huisartsgeneeskunde, Interne geneeskunde, Jeugdartsen, Keel neus en oorheelkunde, Kindergeneeskunde, Klinische chemie, Longgeneeskunde, Maag darm en leverziekte, Mond kaak en aangezichtschirurgie, Neurologie, Neurochirurgie, Oncologie, Oogheelkunde, Orthopedie, Pathologie, Plastische chirurgie, Psychiatrie, Psychologie, Radiologie, Reumatologie, Sociale geneeskunde, Spoedeisende hulp, Sportgeneeskunde, Traumatologie, Urologie, Vaatchirurgie

Hierbij nodigen we je van harte uit voor de online Refereerbijeenkomst op 15 juni 2022 van 18.00-20.00 uur.
Tijdens deze bijeenkomst presenteren 3 opleidingsdeelnemers hun eindreferaat. Zie hieronder voor informatie over de inhoud en aanmeldprocedure.

Deelnemers die zich hebben aangemeld ontvangen 14 juni een mail met de link waarmee ze kunnen deelnemen.

 

Referaat 1: De bruikbaarheid van de PQ-16 binnen de forensische ambulante populatie (eindreferaat).
Drs. W.J.M. van Bergen, GZ-psycholoog in opleiding tot specialist werkzaam op de afdeling
persoonlijkheidsstoornissen bij GGz Breburg
Binnen veel Nederlandse GGz instellingen worden nieuwe cliënten gescreend met de PQ-16. De PQ-16 is een
screeningsinstrument dat onderzoekt of iemand gevoelig is voor buitengewone en bijzondere ervaringen. In de algemene
ambulante populatie wordt deze lijst standaard afgenomen bij cliënten tussen de 18 en 35 jaar. De effectiviteit van de lijst is
onderzocht en goed bevonden.
Tot 2019 werd deze lijst niet afgenomen bij de ambulante forensische populatie. Het onderzoek van C. Koks leert dat er
screening binnen de forensische populatie nuttig is en laat zien dat er sprake is van een verhoogde kwetsbaarheid in deze
doelgroep. De PQ-16 is echter niet specifiek onderzocht voor de forensische populatie. In het onderzoek wilden we
onderzoeken of de PQ-16 vergelijkbaar effectief is in het destilleren van psychotische kwetsbaarheid in een forensische
doelgroep als in de algemene ambulante populatie van de GGz. Een vraag die daarbij rijst, is of er mogelijk meer cliënten
ten onrechte positief uit de screening komen binnen de forensische doelgroep, gezien de mogelijke reëele dreiging en/of
onveilige situaties waarin mensen in de forensische populatie zich vaak nog bevinden.
In het onderzoek zijn de algemene populatie en de forensische populatie met elkaar vergeleken. Uit onderzoek blijkt dat
cliënten met forensische problematiek vaak opgroeien in een onveilig klimaat en dat zij daardoor een wantrouwend
wereldbeeld ontwikkelen. We wilden dan ook onderzoeken of er een relatie bestaat tussen de score op de PQ-16 en een
stuk wantrouwen en vijandigheid. Om dit te onderzoeken is de AVL afgenomen bij zowel de cliënten uit de algemene
populatie als ook de forensische populatie. Er is vervolgens gekeken of er een samenhang bestaat tussen de AVL
(agressievragenlijst) en de verhoogde scores op de PQ-16, en zo ja welke.

Referaat 2: Veranderingen in schaamte niveaus tijdens Mentalization Based Treatment bij patiënten met
borderline persoonlijkheidspathologie (eindreferaat).
F.C.P.M. van Raak, Msc. Gz-psycholoog in opleiding tot specialist op de afdeling Eetstoornissen bij GGz
Breburg
Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een patroon van instabiliteit in interpersoonlijke relaties, zelfbeeld,
affectregulatie en impulscontrole. BPS wordt geassocieerd met zwakke mentaliserende vermogens; het vermogen om het
gedrag van zichzelf en anderen te begrijpen en te interpreteren in termen van intenties zoals gevoelens, gedachten,
verlangens en behoeften. Mentalization Based Treatment (MBT) is een evidence-based behandeling voor patiënten met
BPS gericht op het vergroten van mentaliserende vermogens. Eerder onderzoek wijst op verbeteringen op gebied van
symptomatische en persoonlijkheidsproblematiek vanaf zes tot twaalf maanden na start van de behandeling. In de
wetenschappelijke literatuur wordt gesuggereerd dat (de ontwikkeling van) mentaliserende vermogens beïnvloed kunnen
worden door schaamte. Verder suggereren verschillende onderzoeken een verband tussen schaamte en borderline
persoonlijkheidsstoornis (BPS). Wanneer het concept van schaamte wordt gemeten, is van belang om zowel bewuste of
expliciete als onbewuste of impliciete maten te gebruiken, omdat mensen moeite kunnen hebben om schaamte te
herkennen en terughoudend kunnen zijn om schaamte te uiten.
Er zijn dus theoretische en empirische redenen om aan te nemen dat schaamte en mentaliserende vermogens aan elkaar
gerelateerd zijn en dat ze een centrale rol spelen bij (de behandeling van) BPS. Tot nu toe is er voor zover ons bekend nog
geen longitudinaal onderzoek gedaan naar schaamte bij aanvang en het beloop ervan tijdens MBT bij patiënten met
borderline persoonlijkheidspathologie.

Referaat 3: Continuïteit van zorg voor cliënten op het snijvlak van de forensische psychiatrie, de reguliere
psychiatrie en verslavingszorg (eindreferaat).
Mw. L.M.A. Spikmans, AIOS psychiatrie, tijdelijk werkzaam bij NIFP
Op het snijvlak van de forensische psychiatrie, de reguliere psychiatrie en verslavingszorg bevindt zich een groep cliënten
voor wie het in de praktijk vaak lastig is om de juiste zorg te organiseren, met voldoende mogelijkheden voor door-, in- en
uitstroom en indien nodig een snelle op- en afschaling in het kader van het beveiligingsniveau. Bij de invoering van de Wet
verplichte ggz op 01-01-2020 is het vierde criterium voor beoordeling door de geneesheer-directeur toegevoegd namelijk
het “veiligheidscriterium” naast de criteria proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Hierdoor is de weg vrij voor
extra inspanningen die verricht dienen te worden door psychiaters. Cliënten die een gevaar zijn voor de omgeving en
agressief zijn kunnen daardoor ook ondergebracht worden bij de reguliere psychiatrie

Over GGZ Breburg

Meer weten over GGZ Breburg?
Klik hier voor meer informatie.