Programma Referaten 24 Juni 2026
Referaat 1: From Behavior to Needs: Feasibility of the Cognitive Model for Behavioral Interventions in
Dementia Care An exploratory mixed-methods study door Ellen van Mensvoort-Mathijssen werkzaam
als GIOS bij GGz Breburg (Eindreferaat).
Gedrags- en psychologische symptomen bij dementie blijven een grote uitdaging in de dementiezorg,
terwijl niet-medicamenteuze interventies in de praktijk lastig toepasbaar zijn. Tijdens dit referaat
worden de eerste resultaten toegelicht van een haalbaarheidsstudie naar CoMBI, een model dat
probleemgedrag duidt als uiting van onvervulde psychologische behoeften.
In een mixed-methods onderzoek bij 24 bewoners zagen we geen duidelijke symptoomreductie, maar
wél stabilisatie van enkele kwaliteit van leven domeinen en sterke waardering van professionals voor de
structuur, toepasbaarheid en multidisciplinaire meerwaarde van het model.
We bespreken wat CoMBI kan betekenen in de klinische praktijk én waar kansen liggen voor
vervolgonderzoek.
Referaat 2: Mentale gezondheid van artsen in opleiding tot psychiater door Karima Baddi werkzaam als
AIOS bij GGz Breburg (Eindreferaat).
Binnen de geestelijke gezondheidszorg vormt de mentale gezondheid van artsen in opleiding tot
specialist (AIOS) een belangrijk aandachtspunt. Zowel nationaal als internationaal blijkt uit onderzoek
dat AIOS kwetsbaar zijn voor stress gerelateerde klachten, waaronder burn-out, depressie en
verminderde werktevredenheid. Deze kwetsbaarheid wordt versterkt door factoren zoals hoge
werkdruk, lange studie- en dienstenroosters en de combinatie van patiëntenzorg en opleiding.
Daarnaast functioneren AIOS in een leeromgeving waarin fouten en onzekerheden onvermijdelijk zijn,
wat de perceptie van psychologische veiligheid beïnvloedt.
Dit referaat richt zich specifiek op de situatie binnen GGZ Breburg. Het doel is inzicht te bieden in de
mentale gezondheid van AIOS en de invloed van leer-, werk- en studieklimaat hierop. Hierbij wordt
gebruikgemaakt van wetenschappelijke literatuur over stress, burn-out en veerkracht bij medisch
specialisten in opleiding, evenals van de binnen de organisatie afgenomen FAN-scan, een gevalideerd
instrument dat inzicht biedt in werkklimaat, ondersteuning en ervaren psychologische veiligheid. Er
wordt speciale aandacht besteed aan subjectieve ervaringen van AIOS, zoals gevoelens van steun,
autonomie en veiligheid, en hoe deze factoren samenhangen met het risico op mentale overbelasting.
Het referaat ondersteunt het beroepsprofiel van AIOS en hun begeleiders door handvatten te bieden
voor het herkennen van signalen van stress en burn-out, en door het bevorderen van een veilig en
ondersteunend opleidingsklimaat. Preventieve interventies, zoals supervisie, intervisie en structurele
feedbackmomenten, worden besproken om zowel individuele veerkracht te versterken als de kwaliteit
van de opleidingsomgeving te verbeteren.
Referaat 3: Autonomie bevorderend beleid bij adolescenten met persisterende suïcidale gedachten, een
retrospectieve cohortstudie door Sterre van den Oever werkzaam als AIOS bij GGz Breburg
(Eindreferaat)
Suïcidaliteit is een belangrijke doodsoorzaak onder adolescenten in Nederland: ongeveer 20% van de
overleden tieners overlijdt door zelfdoding. Daarnaast rapporteert circa 15% van de jongeren
aanhoudende suïcidale gedachten. De bestaande multidisciplinaire richtlijnen bieden duidelijke
handvatten voor acute suïcidaliteit, bijvoorbeeld bij psychotische stoornissen of depressie. Bij jongeren
met persisterende suïcidale gedachten kan een nadruk op veiligheid en beschermende maatregelen
echter juist averechts werken en mogelijk schadelijk zijn.
In dergelijke situaties adviseren sommige richtlijnen een autonomie bevorderend beleid (ABB). Bij deze
benadering wordt, in overleg met de patiënt, bewust gekozen om minder of geen beschermende of
beveiligende maatregelen in te zetten bij suïcidaliteit of zelfbeschadigend gedrag. Het doel hiervan is
ruimte te creëren voor een doelgerichte, vaak ambulante psychotherapeutische behandeling waarin de
patiënt wordt benaderd als een autonoom en competent persoon. Hoewel ABB bij volwassenen met
persisterende suïcidaliteit in sommige studies effectief lijkt, bestaat er discussie over de uitvoering en
veiligheid van deze aanpak. Bovendien is er nauwelijks empirisch onderzoek gedaan naar de
toepassing van ABB bij jongeren.
Dit onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de toepassing en uitkomsten van ABB bij adolescenten
met persisterende suïcidaliteit binnen de specialistische geestelijke gezondheidszorg. De studie richt
zich op twee hoofdvragen: (1) hoe vaak een voltooide suïcide plaatsvindt binnen 1, 6 en 12 maanden
na de start van ABB, en (2) hoe de frequentie van suïcidepogingen verandert in het halfjaar na de start
van ABB ten opzichte van het halfjaar ervoor.
Het betreft een retrospectieve observationele cohortstudie op basis van elektronische
patiëntendossiers van GGz Breburg. De onderzoekspopulatie bestaat uit patiënten van 0 tot en met 24
jaar bij wie ABB onderdeel was van de behandeling in het kader van persisterende suïcidaliteit, in de
periode 2005–2025. Dossiers worden geselecteerd op basis van specifieke zoektermen die verwijzen
naar ABB of vergelijkbare beleidsvormen. Na pseudonimisering worden relevante gegevens uit de
dossiers geëxtraheerd voor de periode van zes maanden vóór tot één jaar na de start van ABB.
Verwacht wordt dat ongeveer 30 patiënten aan de criteria voldoen.
De verzamelde gegevens omvatten onder andere demografische kenmerken, psychiatrische diagnoses,
kenmerken van het ABB-beleid, suïcidepogingen, opnames, gedwongen maatregelen, mortaliteit en
Routine Outcome Monitoring (ROM)-metingen. De analyses zijn voornamelijk descriptief vanwege de
verwachte kleine steekproefgrootte. Vergelijkingen vóór en na de start van ABB worden uitgevoerd met
gepaarde statistische toetsen, en mortaliteit wordt beschreven met Kaplan-Meier survivalanalyse.
Referaat 4: Zinnige zorg bij Deeltijd Ontwikkeling Jeugd door Mieke Evers werkzaam als GIOS bij GGz
Breburg (Eindreferaat)
In dit onderzoek bekeken we de resultaten van een deeltijdbehandeling voor jongeren met een
autismespectrumstoornis en bijkomende angst- of stemmingsklachten. De behandeling combineerde
cognitieve gedragstherapie (CGT) met sociale cognitietraining, aangevuld met Vaktherapie om
generalisatie naar het dagelijks leven te bevorderen. De groep deelnemers groeide op zowel
“empowerment” als “vitaliteit en activiteit”, belangrijke gebieden die herstel in het dagelijks leven
meten. Tegelijkertijd zagen we ook duidelijke individuele verschillen; voor de ene client werkte de
aanpak beter dan voor de andere. Deze bevindingen lijken te suggereren dat het deeltijdprogramma
bijdraagt aan herstel in het dagelijks leven van jongeren met ASS, waarin maatwerk en samenwerking
met het gezin bovendien belangrijk lijkt om herstel in het dagelijks leven duurzaam te verbeteren.
Over GGZ Breburg
Meer weten over GGZ Breburg?
Klik hier voor meer informatie.